Het algemene probleem bij het bouwen van een theater (of een concertzaal) is dat we een permanente behuizing moeten maken voor een steeds veranderende kunst. Bovendien, de podiumkunsten hebben vele gezichten: het ene gezelschap komt met acht trailers naar het theater om een 'dramatische ruimte' te creëren, het andere heeft genoeg aan een 'stel gordijnen en een paar spots'. Tussen deze twee uitersten moet de theaterarchitectuur laveren.
Enige tijd geleden ontmoetten de Werkgroep Historie en Theorie van de Stichting OISTAT-Nederland (OISTAT = Organisation Internationale des  Scénographes, Techniciens et Architectes de Théâtre) en de Rijkscommissie elkaar, en in nauwe samenwerking ontstond dit vademecum, een soort controlelijst met adviezen en aanbevelingen over punten waaraan men moet denken, wanneer men een theater of een concertzaal wil bouwen.
Het vademecum bestaat uit drie onderdelen: wenken voor de opdrachtgever, wenken bij het samenstellen van een programma van eisen en wenken voor de architect. Vervolgens is een samenvatting opgenomen die een opsomming geeft van alle stappen die moeten worden genomen bij de bouw of verbouw van een theater, van eerste idee tot opening.